Een weekje Maleisie

Ik schreef het al, het is hier Chinese New Year deze week en dat betekent dat de hele regio plat ligt: vakantievluchten zijn al maanden niet meer te krijgen en alle hotels zijn vol geboekt. Ideaal moment dus om een weekje weg te gaan. Het werd een roadtrip door Maleisie. Zaterdagochtend vroeg vertrokken en - inmiddels tradioneel - koude pizza mee voor onderweg. Na een dag rijden kwamen wij aan in Bukit Fraser. Dit is een zogenaamd 'hill station' uit de tijd dat de Engelsen in Maleisie waren. Die zochten natuurlijk de koelere plekken op in de bergen, het is hier zo'n 20 graden. Maar wat hadden wij het koud, gewend als we zijn aan dagelijks 30 graden! Wel weer heerlijk onder een dekbedje geslapen... Het regende veel onderweg en dit hill station deed ons erg denken aan Houffalize in de Belgische Ardennen: heuvels/bergen, regen, kou en een klein dorp - maar wel gezellig. Vanuit Bukit Fraser reden we direct door naar de Cameron Highlands. Een van de bekendste gebieden van Maleisie. Hier hadden we afgesproken met Joep en Marieke, die momenteel door Maleisie trekken voor drie weken. De CH liggen op zo'n 1500 meter hoogte, waardoor het er eveneens wat fris is. Ideaal om groenten te verbouwen, aardbeien te kweken en theeplantages te houden. Het is hier enorm toeristisch, maar zeker leuk om even rondgekeken te hebben. Natuurlijk hebben we onze eigen toer gemaakt langs de kwekerijen. We hebben zelfs een insectenfarm bezocht waarbij we een uitgebreide rondleiding kregen langs de vlinders, wandelende takken, scorpioenen, bladkikkers, verschillende soorten reptielen en planten. Erg leuk, zeker omdat we alles mochten vasthouden (maar daar was ik dan weer wat minder van, met uitzondering van de vlinder en de boomslang). Hierna vertrokken we met z'n vieren richting Taman Negara. Dit is het oudste stukje oerwoud op aarde, schijnt, met een oppervlakte twee keer zo groot als Luxemburg. Het was een lange dag in de auto, waardoor we pas om acht uur 's avonds aankwamen. Marieke en ik zouden in een winkeltje vragen naar hotels, maar zaten binnen twee minuten weer in de auto. Het wemelde van de grote, vliegende insecten die een hoog schreeuwend geluid maakten en gewoon tegen je aan vlogen. Uit navraag bleek dat het een soort cicaden waren, ongeveer 5 cm lang, maar de grootste was wel 10 cm lang en een paar cm dik. Uiteindelijk hadden we toch nog een slaapplaats gevonden, vrij van insecten en konden we bij de eigenaar nog wat eten, maar daar wemelde het wel van de insecten binnen. Dat was voor ons allemaal niet heel ontspannen, kan ik je zeggen. De volgende ochtend was het alsof er geen insecten bestaan...heerlijk stil en niets te bekennen. Tijd voor een wandeling in het oerwoud. We gingen eerst een bootreis maken van een half uur, wat werkelijk prachtig was! Daarna werden we gedropt en liepen we terug naar de ingang van het park. Het was een super tocht met veel klimmen over de boomwortels en bloedzuigers afhouden. Uiteindelijk bleek dat ik vier keer gebeten was en droop het bloed over mijn enkels. Zelfs zes uur later wat het nog niet gestopt. Gelukkig waren de vriendinnen van Marieke 's middags aangekomen waarvan er een in de verpleging zag. Wat hechtpleisters erop en de volgende dag was er niets dan een rode vlek te zien! Na de tweede avond met die ellendige insecten, gingen Joost en ik verder en was het tijd om Joep en Marieke weer gedag te zeggen voor de komende maanden. Een vreemd moment, zo aan de rand van het oerwoud. De laatste dagen was het tijd voor het strand: Joost wilde graag nog een paar dagen kitesurfen en ik een boek lezen. Het waren twee luie dagen in Kuantan met heerlijk eten en drinken. We hadden graag nog een nachtje langer gebleven, maar vanwege CNY konden we niet verlengen. Geeft niets, ik heb het gevoel alsof we twee weken op vakantie zijn geweest.

Comments